Rozenrubriek

Rozenrubriek

Rozenrubriek

“Mijn eerste gedachte is ongeloof, ik ben nog zo jong”

13 februari 2026

Op 1 december 2022 krijgt Janna de diagnose borstkanker. Ze is jong. Net bezig met haar leven, haar toekomst. De statistieken stellen haar gerust – de kans is klein, bijna verwaarloosbaar. Maar cijfers bieden geen bescherming tegen de werkelijkheid. En die werkelijkheid slaat hard toe. Haar eerste gedachte is ongeloof. Dit kan toch niet waar zijn?

De tijd tussen weten en beginnen
De periode tussen diagnose en behandelplan voelt voor Janna als de zwaarste. Een tijd van onzekerheid en niet weten wat je te wachten staat. Pas wanneer het behandelplan vastligt en de eerste stappen worden gezet, ontstaat er iets van houvast. “Dan voelt het alsof het alle hens aan dek is. Alsof er iets gebeurt.”

Wat volgt is een intens traject. Zware chemokuren, bijwerkingen, vermoeidheid die zich opstapelt. Een spoedoperatie die alles ineens onderbreekt. Haarverlies – niet alleen haar hoofdhaar, maar ook haar wenkbrauwen en wimpers. Het zijn zichtbare verliezen, maar ook vanbinnen verandert er veel.

‘Ik ben best een controlfreak’, zegt Janna, ‘je moet je tijdens zo’n traject echt overgeven aan wat er gebeurt. Dat vond ik misschien wel het lastigste.’

Kleine lichtpuntjes
Toch zijn er ook momenten van licht. Dagen waarop het net iets beter gaat. Een uitje, een wandeling, een afspraak om naar uit te kijken. Op die dagen zet Janna haar pruik op, doet ze make-up, en is aan de buitenkant niet te zien hoe ziek ze is. Dan voelt ze zich bijna normaal.

Familie en vrienden staan om haar heen. En het contact met lotgenoten – andere jonge vrouwen die hetzelfde doormaken – blijkt van onschatbare waarde. “Je voelt je minder alleen. Je herkent jezelf in elkaar. Dat geeft kracht.”

Na haar behandelingen volgt er een retraite met lotgenoten. Yoga, tekenen, schilderen. En vooral: ruimte om te landen. Want als de laatste bestraling voorbij is, valt er ook iets weg. Het vaste ritme van afspraken. De medische aandacht. Dan begint pas echt het verwerken en het weer opbouwen van haar leven.

Leven na kanker
Nu, ruim twee jaar later, gaat het beter. Maar niets is meer hetzelfde. Janna leeft met minder energie. Haar lichaam vraagt om planning, om keuzes. Niet alles kan op één dag. En sommige klachten zullen blijven. ‘Ik denk dat ik nooit weer helemaal de oude word,” zegt ze. ‘Dat is ook een acceptatieproces.’

Tegelijkertijd is haar kijk op het leven veranderd. Ze leeft meer in het nu. Geniet intenser van kleine dingen. Van samenzijn met familie en vrienden. Van dansen – iets waarvan ze op haar donkerste momenten dacht dat het nooit meer zou lukken. Van de twee honden die tijdens haar herstel in haar leven kwamen. Alles wat ooit vanzelfsprekend was, voelt nu extra waardevol.

De roos voor papa
Naar de Ride for the Roses neemt Janna haar vader mee. Niet omdat hun band veranderd is door haar ziekte – die was altijd al sterk – maar juist omdat hij er altijd is geweest.

Haar vader bracht haar vroeger overal naartoe. Naar dansles, naar afspraken. Toen Janna ziek werd en pas net haar rijbewijs had, werd die rol vanzelf weer opgepakt. Hij reed haar naar de oncologische fysiotherapie, zat naast haar bed als ze zich niet goed voelde, las een boek terwijl zij rustte. “Hij was er gewoon,” zegt Janna. “Zonder veel woorden. Dat was genoeg.” Haar vader Georg, ziet hoe zijn dochter vecht, hoe ze steeds weer opkrabbelt na een tegenslag. Georg: ‘Ik ben onwijs trots op de sterke vrouw die mijn dochter is.’

Waarom we blijven fietsen en wandelen
Voor Janna is het ophalen van geld voor kankeronderzoek van levensbelang. Zeker voor jonge mensen met kanker – de zogeheten AYA’s. Onderzoek maakt behandelingen steeds gerichter, persoonlijker en minder belastend voor later.

“De behandelingen zijn nu al zoveel beter dan vroeger,” zegt ze. “En toch is er nog zoveel te winnen.” Evenementen zoals Ride for the Roses brengen mensen samen. Met één doel. In korte tijd wordt er veel geld opgehaald voor onderzoek dat het verschil maakt – nu en in de toekomst. Maar ook voor inloophuizen en IPSO-centra, waar kwaliteit van leven en lotgenotencontact centraal staan.